Giro d’Italia 2018 – Vooruitblik Giro d’Italia 2018 – Vooruitblik Tim van Hengel

De Giro d’Italia heeft dit jaar een regelrechte primeur. De Corsa Rosa is namelijk de eerste Grand Tour in de wielerhistorie die buiten Europa van start gaat. Door de organisatoren is dit jaar gekozen voor een driedaagse start in Israël. Na een rustdag gaat de koers verder op Italiaans grondgebied. Op 27 mei weten we wie de opvolger is van Tom Dumoulin. Lees hier op Cycling Story vast een vooruitblik.

Met trots kondigde de Giro d’Italia vorig jaar september de Grande Partenza in Israël aan. Jeruzalem is het decor van de korte, technische openingstijdrit, gevolgd door twee sprintetappes naar Tel Aviv en Eilat. “Deze etappes tonen de wereld traditie, cultuur en een prachtig landschap. We zullen spectaculaire etappes zien, die zowel sportief gezien als qua schoonheid zullen verrassen”, zei Giro-baas Mauro Vegni. “Ik ben ervan overtuigd dat de ontvangst van de Corsa Rosa heel speciaal zal zijn – zoals we ook zagen bij de vorige starts in het buitenland.”

Dit is goed nieuws voor de wielerwereld
– Alberto Contador

Alberto Contador, de winnaar van de Giro in 2008 en 2015, vindt het geweldig dat de Giro d’Italia over de Europese continentsgrenzen heen is gestapt. “Dit is goed nieuws voor de wielerwereld. Ik heb Israël en Jeruzalem al in 2012 bezocht, dus ik weet dat dit een heel bijzondere Giro gaat worden. Ik moedig iedereen aan om de straat op te gaan en de koers live te bekijken, zodat zij de geweldige emoties kunnen ervaren die alleen de Giro kan geven. Voor mij is het een ongelooflijke wedstrijd met speciale fans; in de drie jaar dat ik de Giro reed, koerste ik elke dag met een lach op mijn gezicht.”

Ook Ivan Basso, winnaar in 2006 en 2010, reageerde opgetogen. “De Giro zorgt voor zoveel emotie, vooral voor een Italiaan als ik. Ik droomde ervan sinds ik klein was. Deze wedstrijd is iets heel speciaals en zit vol verrassingen. Elk jaar introduceert de Giro nieuwe dingen, waardoor de koers uniek is. Dat de Giro start in ‘s werelds meest religieuze stad, maakt het nog specialer.”

Winnaars Giro d’Italia de voorbije jaren

foto: Tim van Hengel

2017: Tom Dumoulin
2016: Vincenzo Nibali
2015: Alberto Contador
2014: Nairo Quintana
2013: Vincenzo Nibali
2012: Ryder Hesjedal
2011: Michele Scarponi
2010: Ivan Basso
2009: Denis Menchov
2008: Alberto Contador

Routeschema

  Start/FinishAfstand
1.4-meiJeruzalem - Jeruzalem (individuele tijdrit)9,7 km
2.5-meiHaifa - Tel Aviv167,0 km
3.6-meiBe'er Sheva - Eilat229,0 km
7-meiRustdag
4.8-meiCatania - Caltagirone191,0 km
5.9-meiAgrigento - Santa Ninfa152,0 km
6.10-meiCaltanissetta - Etna163,0 km
7.11-meiPizzo - Praia a Mare159,0 km
8.12-meiPraia a Mare - Montevergine di Mercogliano208,0 km
9.13-meiPesco Sannita - Gran Sasso d'Italia224,0 km
14-meiRustdag
10.15-meiPenne - Gualdo Tadino239,0 km
11.16-meiAssisi - Osimo156,0 km
12.17-meiOsimo - Imola213,0 km
13.18-meiFerrara - Nervesa della Battaglia180,0 km
14.19-meiSan Vito al Tagliamento - Monte Zoncolan181,0 km
15.20-meiTolmezzo - Sappada176,0 km
21-meiRustdag
16.22-meiTrento - Rovereto (individuele tijdrit)34,5 km
17.23-meiRiva del Garda - Iseo155,0 km
18.24-meiAbbiategrasso - Prato Nevoso196,0 km
19.25-meiVenaria Reale - Bardonecchia181,0 km
20.26-meiSusa - Cervinia214,0 km
21.27-meiRome - Rome118,0 km

Etappes

1. 4-mei | Jeruzalem – Jeruzalem (9,7 km)

De organisatie van de Giro d’Italia maakte op 18 september bekend dat de Corsa Rosa voor het eerst in de geschiedenis buiten Europa zou starten. De ronde ging al een aantal keer in het buitenland van start – onder meer drie keer in Nederland – maar een uitstapje buiten Europa is nieuw. Er is gekozen voor drie etappes in Israël, te beginnen met een tijdrit in Jeruzalem.

Met zijn 9,7 kilometer is het beginstuk van de Giro te lang om een proloog te mogen heten, waardoor dit gewoon ‘etappe 1’ is. Ook in 2016 in Apeldoorn begon de Giro met een individuele tijdrit. Het glooiende parcours is technisch en erg bochtig. De route passeert onder andere het parlementsgebouw en de historische stadsmuren. De licht oplopende aankomst is dicht bij de muren van de Oude Stad. Wie mag de eerste roze trui van 2018 aantrekken?

Ritwinnaars in Jeruzalem

2. 5-mei | Haifa – Tel Aviv (167,0 km)

Havenstad en badplaats Haifa is het decor van de start van de eerste rit in lijn. Deze tweede etappe over 167 kilometer leidt de renners naar Tel Aviv – de tweede stad van Israël na Jeruzalem. Onderweg zijn in Zikron Yakov de eerste bergpunten van deze Giro te verdienen. Via vlakke en brede wegen koerst het peloton richting de finish op de boulevard van Tel Aviv. De etappe is op maat gemaakt voor de sprinters.

Ritwinnaars in Haifa

Ritwinnaars in Tel Aviv

3. 6-mei | Be’er Sheva – Eilat (229,0 km)

In Be’er Sheva begint de laatste Giro-rit op Israëlisch grondgebied. Het peloton koerst over 229 kilometer zuidwaarts richting de Negev-woestijn en de kust van de Rode Zee. Halverwege zijn opnieuw bergpunten te verdienen, ditmaal op de Makhtesh Ramon – met zijn 40 kilometer doorsnee de grootste erosiekrater ter wereld. Daarna koersen de renners verder naar Eilat, waar opnieuw een massasprint wordt verwacht.

Ritwinnaars in Be’er Sheva

Ritwinnaars in Eilat

4. 8-mei | Catania – Caltagirone (191,0 km)

Catania is al vaker startplaats geweest in de Giro d’Italia, onder meer in 1999. Jeroen Blijlevens was in de eerste twee etappes al op de tweede plaats geëindigd en onze landgenoot die toen uitkwam voor TVM-Farm Frites stond een dag later in Catania wellicht extra gebrand aan het vertrek. De 176 kilometer lange rit legde hem geen windeieren, want hij was vervolgens in Messina Jan Svorada en Massimo Strazzer te snel af in de massasprint. In 2008 werd Catania voor het laatst aangedaan. Caltagirone was niet eerder start- of aankomstplaats in de Giro.

Na de eerste rustdag in de Giro, koerst het peloton verder op Sicilië – liefst drie dagen. Na de start in Catania dalen de renners naar zeeniveau, maar daarna moet al gauw weer geklommen worden. Eerst wacht hen na 81,2 kilometer de Pietre Calde. Daarna rijden zij over geaccidenteerd terrein naar Vizzini, waar opnieuw bergpunten zijn te verdienen. De aankomstlijn is na 191 kilometer getrokken in Caltagirone, na een korte hellende finale – een aankomst voor puncheurs.

Ritwinnaars in Catania
1930: Michele Mara
1949: Mario Fazio
1976: Patrick Sercu
1986: Jean-Paul van Poppel
1989: Jean-Paul van Poppel
1999: Mario Cipollini
2003: Alessandro Petacchi

Ritwinnaars in Caltagirone

5. 9-mei | Agrigento – Santa Ninfa (152,0 km)

Startplaats Agrigento organiseerde in 1994 het WK Wielrennen op een lastig parcours. De wegwedstrijd werd gewonnen door Luc Leblanc, die solo over de finish kwam. Claudio Chiappucci was Richard Virenque en Massimo Ghirotto te snel af en eindigde op de tweede plaats. Ene Lance Armstrong kwam op 48 seconden binnen, goed voor de zevende plaats. We wisten toen nog niet dat hij sinds eind jaren negentig de wielerwereld langere tijd in zijn greep zou houden… Ook in de Giro heeft Agrigento een verleden, voor het laatst in 2008. Riccardo Riccò won er in 2008 de tweede etappe. Santa Ninfa heeft nog een blanco verleden met de Giro.

De etappe van Agrigento naar Santa Ninfa is, net als de eerste rit op Sicilië, opnieuw op het lijf geschreven van de puncheurs in het peloton. Na de start in Agrigento kent de route een vlakke beginfase, die onder andere leidt langs de Valle dei Templi en de Scala dei Turchi – twee toeristische trekpleisters in de regio. De renners wacht een heuvelachtige slotfase met drie beklimmingen binnen nog geen veertig kilometer. Na 152 koerskilometers ligt de finish na een korte slotklim in Santa Ninfa.

Ritwinnaars in Agrigento
1965: Guido Carlesi
1982: Moreno Argentin
1993: Bjarne Riis
2008: Riccardo Riccò

Ritwinnaars in Santa Ninfa

6. 10-mei | Caltanissetta – Etna (163,0 km)

Voor Caltanissetta moeten we flink graven in de geschiedenisboeken. De plaats was in 1976 zowel start- als aankomstplaats. Klassiekerspecialist Roger De Vlaeminck won er de tweede rit, voor Pierino Gavazzi en Francesco Moser. De volgende dag werd er vanuit Caltanissetta vertrokken voor de 163 kilometer lange derde rit naar Palermo, waar Rik Van Linden vervolgens de beste was. De Etna maakte wat vaker deel uit van het routeschema van de Giro. Vorig jaar nog soleerde Jan Polanc er nog naar de dagzege in de vierde rit.

De zesde rit heeft de eerste échte aankomst bergop van deze Giro d’Italia, op de top van de Mount Etna. De derde – en laatste – rit op Sicilië begint in Caltanissetta, waarna een heuvelachtige beginfase volgt. Na 138,7 kilometer begint in Paternò de 25 kilometer lange slotklim op de flanken van de beroemde vulkaan. Via een smalle bergweg, door de bossen en de gestolde lavastromen rijden de renners naar het observatorium op de top, waar na 163 kilometer de finishlijn is getrokken.

Ritwinnaars in Caltanissetta
1976: Roger De Vlaeminck

Ritwinnaars in Etna
1967: Franco Bitossi
1989: Acácio da Silva
2011: José Rujano
2017: Jan Polanc

7. 11-mei | Pizzo – Praia a Mare (159,0 km)

Pizzo heeft nog geen geschiedenis in de Giro d’Italia, maar verwelkomde wel een keer de Ronde van Reggio Calabria, die na 2012 van de wedstrijdkalender verdween. In 2011 startte er de derde etappe, die werd gewonnen door Manuel Belletti. Praia a Mare was in 2016 aankomst- en startplaats in de Corsa Rosa. Diego Ulissi kwam in de vierde rit solo over de finish – Tom Dumoulin (2e) en Steven Kruijswijk (3e) zorgden dat de overige ereplaatsen oranje kleurden. Een dag later was Praia a Mare startplaats voor de 233 kilometer lange vijfde etappe naar Benevento.

De Giro heeft Sicilië verlaten en gaat verder onder in de bekende laars, op het vaste land in de regio Calabrië. Deze zevende etappe biedt het sprintersgilde nieuwe mogelijkheden, want hoogtemeters zijn er vrijwel niet. De koers start in Pizzo en vertrekt in noordelijke richting, naar de regiogrens met Basilicata. Na 159 kilometer langs de Tyrreense kust is de aankomstlijn getrokken in Praia a Mare.

Ritwinnaars in Pizzo

Ritwinnaars in Praia a Mare
2016: Diego Ulissi

8. 12-mei | Praia a Mare – Montevergine di Mercogliano (208,0 km)

Net als in 2016 is Praia a Mare ook startplaats, alleen is de finishlijn ditmaal niet getrokken in Benevento, maar in Montevergine di Mercogliano in de regio Campania. Bergplaats Montevergine di Mercogliano was voor het laatst aankomstplaats in de Giro in 2011. In een beklijvende slotfase wist Bart De Clercq een achtervolgende groep met daarbij onder anderen Michele Scarponi, Roman Kreuziger en Stefano Garzelli nipt voor te blijven. De etappe had een Nederlands tintje, want Pieter Weening reed in de roze leiderstrui.

In het eerste weekend op Italiaans grondgebied wordt meteen vuurwerk verwacht met twee aankomsten bergop. De achtste etappe begint in Praia a Mare en doorkruist vervolgens het nationaal natuurpark van Cilento. Daarna rijden de renners via de kust naar de voet van de slotklim naar Montevergine di Mercogliano. Op 1260 meter hoogte is vervolgens de finishlijn getrokken.

Ritwinnaars in Praia a Mare
2016: Diego Ulissi

Ritwinnaars in Montevergine di Mercogliano
1962: Armand Desmet
2001: Danilo Di Luca
2004: Damiano Cunego
2007: Danilo Di Luca
2011: Bart De Clercq

9. 13-mei | Pesco Sannita – Gran Sasso d’Italia (224,0 km)

Ook de negende rit begint in de regio Campanië, in Pesco Sannita om precies te zijn. De plaats was in 2009 aankomstplaats in de Giro voor vrouwen. Trixi Worrack kwam solo als eerste over de finish, terwijl onze landgenote Loes Gunnewijk op 1’13” op de vierde plaats eindigde. De finish is vandaag getrokken in de Abruzzen. Het bergmassief Gran Sasso d’Italia is niet voor het eerst het decor voor de Giro. In 1999 was Marco Pantani er de beste in de 253 kilometer lange achtste etappe. De Italiaan, die in 2004 op 34-jarige leeftijd overleed, soleerde in regenachtige weersomstandigheden naar de zege.

Opnieuw krijgt het peloton op weg naar Gran Sasso d’Italia een lange etappe voorgeschoteld, liefst 224 kilometer. De start is in Pesco Sannita, waarna de renners over een golvende route naar Roccaraso rijden – dit is de eerste serieuze beklimming van de dag. Daarna volgt een lange afdaling, maar vanaf kilometerpunt 177 is het opnieuw klimmen geblazen. Naar de top van slotklim Gran Sasso d’Italia moeten de renners een reusachtige 45 kilometer bergopwaarts wegtrappen!

Ritwinnaars in Pesco Sannita

Ritwinnaars in Gran Sasso d’Italia
1971: Vicente López Carril
1989: John Carlsen
1999: Marco Pantani

10. 15-mei | Penne – Gualdo Tadino (239,0 km)

Na de tweede giorno di riposo breekt in Penne de tweede week van de Giro d’Italia aan. Deze stokoude plaats in de Abruzzen was in 2012 nog in de race voor de titel ‘Mooiste plaats van Italië’. Een geschiedenis als start- of aankomstplaats in de Giro heeft Penne nog niet, maar daar komt dinsdag 15 mei verandering in. Ook Gualdo Tadino in de regio Umbrië is voor het eerst aankomstplaats in de Corsa Rosa.

Het is voor de renners te hopen dat de rustdag ze goed heeft gedaan, want met 239 kilometer is de tiende etappe de langste van de Giro d’Italia 2018. Na de start in Penne gaat het meteen omhoog. De renners passeren al snel Hotel Rigopiano, dat vorig jaar januari werd bedolven onder een lawine. 29 mensen verloren daarbij het leven. Na de top van de Fonte della Creta dalen de renners af, om vervolgens weer te moeten klimmen. Het is het beeld van de hele etappe: het gaat op en af. De finish is na 239 kilometer getrokken in Gualdo Tadino.

Ritwinnaars in Penne

Ritwinnaars in Gualdo Tadino

11. 16-mei | Assisi – Osimo (156,0 km)

Bedevaartsoord Assisi (Umbrië) is de startplaats van rit elf. Zes jaar geleden was de Giro hier voor het laatst op bezoek. Joaquim Rodriguez won er de tiende etappe en een dag later zwaaide Assisi de koers ook weer uit bij het vertrek van de elfde rit. De finish is opnieuw noordelijker, in de regio Marche. Voor de Giro-geschiedenis van aankomstplaats Osimo moeten we wat verder terug. In 1994 won Moreno Argentin hier de tweede rit.

Deze elfde etappe is gewijd aan Michele Scarponi, die vorig jaar tijdens een training door een noodlottig ongeval het leven verloor. Na de start in Assisi volgt rit over 156 kilometer met middellange en lange beklimmingen in de beginfase en enkele venijnige beklimmingen aan het einde, zoals de Muur van Filottrano met stijgingspercentages tot 14 procent en de slotklim naar het historische centrum van Osimo – een aankomst voor puncheurs.

Ritwinnaars in Assisi
1978: Bruno Zanoni
1982: Bernard Hinault
1995: Tony Rominger
2012: Joaquim Rodríguez

Ritwinnaars in Osimo
1987: Robert Forest
1994: Moreno Argentin

12. 17-mei | Osimo – Imola (213,0 km)

Osimo is ook de startplaats van de twaalfde etappe – het historische stadje was dit voor het laatst in 1994, toen er de derde etappe vertrok. Aankomstplaats Imola (regio Emilia) is voornamelijk bekend van de Grand Prix’ die er tot 2006 werden verreden in de Formule 1. Maar ook in het wielrennen heeft Imola een flinke geschiedenis. Zo werd in 1968 er het WK Wielrennen georganiseerd, waar onze landgenote Keetie van Oosten-Hage de wereldtitel bij de vrouwen pakte. Ook was het circuit van Imola de vaste aankomstplaats van de eendagswedstrijd Coppa Placci, die in 2012 voor het laatst werd verreden. Ook in 2015 finishte de Giro in Imola. Toen soleerde Ilnur Zakarin naar de ritzege, nadat hij op de voorlaatste klim was weggereden uit een sterke kopgroep met daarbij onder anderen Steven Kruijswijk.

Osimo is de partenza van de vrijwel biljartvlakke twaalfde rit. De sprinters zijn dan ook de grote favorieten voor deze etappe over 213 kilometer. De verraderlijke Tre Monti dicht bij de finish zou echter hun plannen in de war kunnen schoppen. Na de top is het nog negen kilometer afdalen naar de finish op het racecircuit van Imola, waardoor een late aanval wel eens zou kunnen lonen.

Ritwinnaars in Osimo
1987: Robert Forest
1994: Moreno Argentin

Ritwinnaars in Imola
1968: Marino Basso
1992: Roberto Pagnin
2015: Ilnur Zakarin

13. 18-mei | Ferrara – Nervesa della Battaglia (180,0 km)

Net als Imola ligt Ferrara in de regio Emilia. Deze stad was al vaker het decor van de Giro d’Italia, maar ook bijvoorbeeld van de Internationale Wielerweek die jaarlijks in deze regio wordt gehouden. De Giro kwam hier voor het laatst op bezoek in 2010, toen de veertiende rit er startte. Vincenzo Nibali kwam vervolgens in Asolo solo als eerste over de streep, zijn landgenoten Ivan Basso en Michele Scarponi completeerden de top drie. Nervesa della Battaglia (regio Venecia) is voor het eerst aankomstplaats in de Giro.

De dertiende etappe kan zich qua profiel meten met de twaalfde. Na de start in Ferrara volgt een biljartvlak parcours tot aan de slotfase, waar na 159 kilometer de korte beklimming van de Montello opduikt. Gisteren was het na de top nog negen kilometer afdalen naar de finish; na de Montello volgen echter nog twintig koerskilometers waarin eventuele tijdverschillen kunnen worden goedgemaakt. De finish is in Nervesa della Battaglia, een uurtje rijden ten noorden van Venetië.

Ritwinnaars in Ferrara
1919: Oscar Egg
1932: Fabio Battesini
1933: Alfredo Binda
1934: Learco Guerra
1936: Raffaele Di Paco
1940: Adolfo Leoni
1950: Adolfo Leoni
1957: Miguel Poblet
1981: Paolo Rosola

Ritwinnaars in Nervesa della Battaglia

14. 19-mei | San Vito al Tagliamento – Monte Zoncolan (181,0 km)

In de veertiende rit koerst de Giro richting de grens met Oostenrijk en ligt de aankomstlijn op de beruchte Monte Zoncolan. San Vito al Tagliamento in de regio Friuli-Venezia Giulia verwelkomde de Corsa Rosa niet eerder als start- of aankomstplaats. De Monte Zoncolan daarentegen is een populaire scherprechter. De afgelopen drie aankomsten op de gevreesde berg waren een prooi voor Michael Rogers (2014), Igor Anton (2011) en Ivan Basso (2010). Ook Gilberto Simoni was er twee keer de beste.

Na twee vlakke ritten wordt het peloton in etappe 14 de hoogte in gestuurd. De rit start in San Vito al Tagliamento en tijdens de 181 kilometer lange beproeving krijgen de renners niet minder dan vijf beklimmingen voor de kiezen – goed voor 4400 hoogtemeters. De lastige Monte di Ragogna is na 40 kilometer de eerste beklimming, na 98 kilometer volgt de Avaglio en in de slotfase wachten achtereenvolgens de Passo Duron, de Sella Valcalda en de slotklim Monte Zoncolan. Het ‘monster’ wordt aangevangen vanaf de moeilijkste zijde, vanuit Ovaro.

Ritwinnaars in San Vito al Tagliamento

Ritwinnaars in Monte Zoncolan
2003: Gilberto Simoni
2007: Gilberto Simoni
2010: Ivan Basso
2011: Igor Antón
2014: Michael Rogers

15. 20-mei | Tolmezzo – Sappada (176,0 km)

Tolmezzo in het uiterste noordoosten van Italië heeft nog een blanco blad als start- en aankomstplaats in de Giro, maar is wel al vaker het decor geweest van de Giro del Fruili-Venezia Giulia. Deze rittenkoers werd in 2015 voor het laatst verreden en was toen een prooi voor de Belg Gaëtan Bille. Vanuit Tolmezzo koersen we naar Sappada, waar Johan van der Velde in 1987 de vijftiende etappe won. De Nederlander kwam solo over de finish, op 46 seconden gevolgd door onder anderen Tony Rominger en Erik Breukink.

Ook in deze vijftiende rit moet er veel worden geklommen. Na de start in Tolmezzo gaat het parcours al snel weer omhoog, naar de top van de eerste beklimming van de dag – de Passo della Mauria. In totaal staan er vier beklimmingen op het menu. Als de renners 102 kilometer hebben afgelegd, volgt de tweede beklimming – en tevens de hoogste van de vier – de Passo Tre Croci. In de laatste veertig kilometer moeten de renners opnieuw uit het zadel op de Passo di Sant’Antonio en de Bosco dei Giavi. Ook tot aan de aankomst in bergdorp Sappada gaat het nog omhoog.

Ritwinnaars in Tolmezzo

Ritwinnaars in Sappada
1987: Johan van der Velde

16. 22-mei | Trento – Rovereto (34,5 km)

De regio Fruili-Venezia Giulia ligt achter ons, en na een korte verplaatsing gaat de Giro verder in de autonome regio Trentino-Zuid-Tirol. Startplaats Trente heeft een prominente plaats in de Giro-geschiedenis. De stad is vaak als aankomst- en vertrekplaats aangewezen, in 2007 voor het laatst. Jean-Paul van Poppel won er in 1989 de vijftiende Giro-rit. Niet alleen de Corsa Rosa bezoekt Trente vaak, ook de eendagswedstrijd Trofeo Alcide Degasperi en de Ronde van de Alpen (voorheen Ronde van Trentino) komen er regelmatig. Industrie- en handelsstad Rovereto was in 2005 voor het laatst aankomstplaats in de Giro, toen spurtbom Alessandro Petacchi in de twaalfde rit zegevierde.

Na de derde rustdag gaat de Giro verder met een individuele tijdrit – de tweede en laatste deze ronde. Deze zestiende etappe over 34,5 kilometer is nagenoeg vlak en lijkt dus spek voor de bek voor de specialisten in deze discipline. De organisatie verwacht dat de gemiddelde snelheid hier omhoog wordt gestuwd naar zo’n vijftig kilometer per uur.

Ritwinnaars in Trento
1919: Costante Girardengo
1928: Domenico Piemontesi
1939: Gino Bartali
1940: Glauco Servadei
1946: Aldo Ronconi
1947: Fausto Coppi
1948: Fausto Coppi
1955: Jean Dotto
1958: Gastone Nencini
1960: Emile Daems
1961: Willy Schroeders
1967: Vittorio Adorni
1979: Francesco Moser
1989: Jean-Paul van Poppel, Lech Piasecki

Ritwinnaars in Rovereto
1959: Rik Van Looy
1995: Pascal Richard
2005: Alessandro Petacchi

17. 23-mei | Riva del Garda – Iseo (155,0 km)

De zeventiende rit start in Riva del Garda, in het uiterste noorden van het Gardameer. Deze plaats was net als Trente een trouwe klant in het rittenschema van de Ronde van Trentino. Zo was Riva del Garda tussen 2012 en 2016 viermaal de vertrekplaats voor de ploegentijdrit. Ook de Giro startte en finishte er in het verleden, in 1992 voor het laatst toen er de veertiende rit startte. Voor de laatste aankomst in Iseo (regio Lombardije) moeten we terug naar de jaren zeventig, toen de Spanjaard Santiago Lazcano en de Italiaan Gianni Motta er ritten wonnen.

Als het startsein is gegeven in Riva del Garda, moet er in de beginfase meteen geklommen worden. Daarna volgt na 71,5 kilometer de top van de Lodrino. Waar de eerste helft van de etappe over geaccidenteerd terrein gaat, is het tweede deel juist vrij vlak. Volgens de organisatie van de Giro is deze zeventiende rit over 155 kilometer dan ook de laatste kans voor de sprinters tot aan de slotrit in Rome.

Ritwinnaars in Riva del Garda
1936: Giuseppe Olmo
1953: Fiorenzo Magni
1954: Hugo Koblet
1964: Vittorio Adorni
1987: Marco Vitali

Ritwinnaars in Iseo
1973: Gianni Motta
1974: Santiago Lazcano

18. 24-mei | Abbiategrasso – Prato Nevoso (196,0 km)

Abbiategrasso is het decor van de start van de achttiende etappe. De stad in westen van de regio Lombardije is een belangrijk centrum van rijst- en veeteelt in Italië, maar een geschiedenis als startplaats in de Giro heeft het nog niet. In wintersportoord Prato Nevoso (Piemonte) werd al twee keer gefinisht. In 1996 was Pavel Tonkov er de beste in de dertiende rit en in 2000 won Stefano Garzelli er de achttiende etappe – in de uitslag ging de Italiaan zijn landgenoten Gilberto Simoni en Francesco Casagrande vooraf. En in 2008 finishte hier een Tour-etappe.

De achttiende rit over 196 kilometer geeft de aftrap voor de drie laatste bergetappes van deze Giro d’Italia 2018. In dit loodzware drieluik valt deze 101e editie definitief in een plooi. Na de start in Abbiategrasso volgt een lange vlakke aanloop naar voet van de slotklim, die leidt naar Prato Nevoso. In dit wintersportoord is de aankomstlijn getrokken.

Ritwinnaars in Abbiategrasso

Ritwinnaars in Prato Nevoso
1996: Pavel Tonkov
2000: Stefano Garzelli

19. 25-mei | Venaria Reale – Bardonecchia (181,0 km)

Venaria Reale was in 2011 de startplaats van de openingsetappe, een ploegentijdrit over 21,5 kilometer naar Turijn. De beproeving tegen de klok was een prooi voor HTC-Highroad (o.a. Marco Pinotti, Lars Bak en Mark Cavendish), dat tien seconden sneller klokte dan RadioShack (o.a. Robbie McEwen en Yaroslav Popovych). Ditmaal volgt een rit in lijn met aankomst op de Monte Jafferau, waar Eddy Merckx in 1972 al eens zegevierde in een Giro-rit.

In de tweede etappe van het drieluik bereikt de Giro d’Italia de Cima Coppi, het ‘dak van de ronde’. De Colle delle Finestre is met zijn 2178 meter namelijk het hoogste punt van de Giro. De top ligt pas na 110 koerskilometers vanaf de start in Venaria Reale. Eerst moeten de renners nog de Colle di Lys bedwingen, de eerste beklimming van de dag. Daarna volgen de Finestre – met een grindstrook van negen kilometer – en de Sestrière. De aankomstlijn is getrokken op de Jafferau, na een beklimming van zeven kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van negen procent.

Ritwinnaars in Venaria Reale

Ritwinnaars in Bardonecchia
1972: Eddy Merckx
1984: Dag Erik Pedersen

20. 26-mei | Susa – Cervinia (214,0 km)

Vanuit de Valle di Susa vertrekt de twintigste rit van de Giro d’Italia, de laatste bergetappe. In 1959 won tweevoudig Giro-winnaar Jacques Anquetil hier de negentiende etappe, een rit tegen de klok. Monsieur Chrono had eerder in de ronde ook al de tweede etappe op zijn naam geschreven, maar zou in het eindklassement op de tweede plaats stranden achter Charly Gaul. Vier keer eerder kwam de Giro aan in skigebied Cervinia. In 2015 kwam Fabio Aru hier als eerste over de meet. Ook Andrey Amador (2012), Ivan Gotti (1997) en Addo Kazianka (1960) wonnen hier.

De 214 kilometer lange etappe vertrekt vanuit Susa. Het eerste deel van de rit is nagenoeg vlak, maar dat kan niet worden gezegd van het tweede deel. Liefst 4500 hoogtemeters moeten worden bedwongen in de drie beklimmingen die de renners in de laatste 84 kilometer voor de kiezen krijgen. Na 130 kilometer doemt eerst de Col Tsecore op, daarna volgen de Col St. Pantaléon en de slotklim naar Cervinia. Hier valt de Giro d’Italia 2018 definitief in een plooi en kennen we de eindwinnaar, met nog slechts het biljartvlakke sluitstuk in Rome voor de boeg.

Ritwinnaars in Susa
1959: Jacques Anquetil

Ritwinnaars in Cervinia
1960: Addo Kazianka
1997: Ivan Gotti
2012: Andrey Amador
2015: Fabio Aru

21. 27-mei | Rome – Rome (118,0 km)

Rome is voor het eerst sinds 2009 het sluitstuk van de Giro d’Italia. Destijds eindigde de Corsa Rosa met een tijdrit, dit jaar is gekozen voor een rit in lijn door de Italiaanse hoofdstad. Ondanks enkele uitzonderingen was Milaan tot 1960 de vaste aankomstplaats van de Giro, omdat de organiserende sportkrant La Gazzetta dello Sport er is gevestigd. In de jaren erna werd Milaan regelmatig afgelost, maar de traditie werd in 1990 weer hersteld en de jaren daarna lag de aankomst weer in de modestad. In 2009 werd met de tijdrit in Rome opnieuw met de traditie gebroken. De afgelopen jaren lag de finish onder andere in Verona (2010), Brescia (2013), Triëst (2014) en Turijn (2016). Dit jaar heeft Rome dus opnieuw de eer.

Het 11,8 kilometer lange parcours door de binnenstad van Rome wordt tien keer afgelegd – er is geen aanloop naar de hoofdstad, zoals dat de gewoonte is met Parijs in de Tour de France. De biljartvlakke route leidt de renners langs de Via Nazionale, de Via Sistina, het bekende plein Piazza del Popolo, het historische Circus Maximus en de Thermen van keizer Caracalla. De aankomstlijn is getrokken te midden van de keizerlijke fora, vlak bij het Colosseum. Dan weten we wie de opvolger is van Tom Dumoulin als vincitore van de Giro d’Italia!

Ritwinnaars in Rome
1909: Luigi Ganna
1910: Eberardi Pavesi
1911: Ezio Corlaita
1913: Giuseppe Santhià
1914: Costante Girardengo
1919: Costante Girardengo
1920: Gaetano Belloni
1921: Luigi Annoni
1922: Pietro Linari
1923: Costante Girardengo
1924: Federico Gay
1925: Costante Girardengo
1926: Costante Girardengo
1927: Alfredo Binda
1928: Domenico Piemontesi
1929: Alfredo Binda
1930: Learco Guerra
1931: Ettore Meini
1932: Learco Guerra
1933: Mario Cipriani
1934: Learco Guerra
1935: Learco Guerra
1936: Learco Guerra
1936: Giuseppe Olmo
1937: Raffaele Di Paco
1938: Cino Cinelli
1939: Olimpio Bizzi
1940: Adolfo Leoni
1946: Elio Bertocchi
1947: Oreste Conte
1948: Luigi Casola
1949: Mario Ricci
1950: Oreste Conte
1951: Angelo Menon
1952: Désiré Keteleer
1953: Giuseppe Minardi
1954: Giorgio Albani
1955: Gastone Nencini
1958: Gastone Nencini
1959: Rik Van Looy
1961: Renato Giusti
1966: Raffaele Marcoli
1968: Luciano Dalla Bona
1982: Urs Freuler
1989: Urs Freuler
2000: Jan Hruska
2009: Ignatas Konovalovas

Speel mee met het
Cycling Story Koersspel