De Bezemwagen: De tijdritspecialist als bedreigde diersoort De Bezemwagen: De tijdritspecialist als bedreigde diersoort

De tijd dat renners Parijs-Roubaix, Luik-Bastenaken-Luik en één of meerdere klassementen in één en hetzelfde jaar konden winnen zoals supersterren als Eddy Merckx en Sean Kelly dat ooit deden lijkt in een ver verleden te liggen. Specialiseren is bittere noodzaak geworden. Zelfs renners die op meerdere terreinen uit de voeten kunnen vallen eraan ten prooi. Het is dan ook opvallend dat juist het specialisme bij uitstek, de tijdrit, steeds meer wordt verdrongen. Met de Chrono des Nations als bijna eenzame uitzondering.

De jonge wielerliefhebber zal het misschien niet direct willen geloven. Wanneer de aan de Chrono des Nations deelnemende renners zondag van het startplatform af de weg op duiken dan hebben zij maar liefst 49 kilometer en 700 meter te gaan tot de eindstreep. Dat zijn er maar liefst 18,7 meer dan de tijdrit op het wereldkampioenschap in Bergen. Het is ook meer dan het dubbele aantal kilometers ten opzichte van de tijdrit in en om Marseille in de Tour de France van dit jaar. Zoals het ook 20,4 kilometer meer is dan de glorieuze tijdrit naar Milaan waar Tom Dumoulin zijn roze droom waarmaakte. Wie hier opstapt moet wel heel erg veel van pijn lijden houden.

Minder en minder

De tijdritdiscipline heeft altijd al een enigszins aparte status gehad in het mondiale wielrennen. Het werd weleens omschreven als een wedstrijd tussen coureurs die vooral niet willen laten zien dat zij tegen elkaar aan het racen zijn. Enerzijds zien velen het als de meest pure vorm van de sport. Anderzijds is de discipline al tientallen jaren steeds meer in de verdrukking aan het raken. Kleine etappekoersen nemen de discipline steeds minder vaak in het etappeschema op. Parcoursdesigners van de grote rondes willen zich alleen nog aan korte strijdjes tegen de klok wagen. Dat men in de Vuelta a España dit jaar de durf had veertig kilometer te programmeren is eerder uitzondering dan regel. Sinds 2011 was men niet meer boven de magische 4-0 uitgekomen.

Het is echter flink in strijd met de eigen geschiedenis dat rondes het aantal tijdritkilometers sterk terugdringen. Neem bijvoorbeeld de editie van 1979. Een proloog van 5 kilometer, twee dagen later gevolgd door een tijdrit van 24 kilometer, weer twee dagen later een ploegentijdrit van 87 kilometer met nog eens vier dagen later één van 90 kilometer, drie dagen daarop individueel strijden met de klok over 33 kilometer, vier dagen later individueel over 54 kilometer en zeven dagen later nog eens over 49 kilometer. Zeven tijdriten, 342 kilometer strijden tegen de klok, minder dan veertig jaar geleden was dit heel gebruikelijk.

Zelfs in meer recente tijden, tegenwoordig ook wel bekend als het Tijdperk Armstrong, was een Tour de France meer tijdritgericht. Een koers met daarin een proloog, twee lange individuele tijdritten van meer dan vijftig kilometer en een ploegentijdrit van tegen de zeventig kilometer in drie weken tijd heel normaal. Samen waren deze vier dagen goed voor bijna 175 kilometers strijd tegen de klok. Bovendien is misschien wel de meest besproken etappe uit de Tour de France aller tijden ook een tijdrit. Het gaat dan natuurlijk over de beroemde acht seconden tussen Greg Lemond en Laurent Fignon in 1989.

Tijdritkoersen

Niet alleen in grote rondes is de individuele discipline aan het uitsterven. Ook het aantal wedstrijden dat uitsluitend om het duel met de klok draait wordt steeds minder in aantal. De Chrono des Nations deelt dit jaar de eer met de koppeltijdrit Duo Normand. Die laatste wedstrijd staat tegenwoordig gepland op dezelfde zondag als het wereldkampioenschap. Werd de eerste editie nog gewonnen door Bradley Wiggins en Michiel Elijzen, anno 2017 blijven Anthony Delaplace en Pier-Luc Perichon van Fortuneo-Oscaro het Deense duo Norsgaard/Bjerg van Team Giant-Castrelli ruim een minuut voor. In 2016 stond ook de tijdritkoers Chrono Champenois er nog bij. Door een samenloop van omstandigheden ging deze in het seizoen 2017 niet door. De hoop is dat deze in 2018 weer terugkeert.

Wedstrijden die door de jaren heen niet zijn teruggekeerd zijn de GP Lugano (sinds 1981 een wegwedstrijd, daarvoor een tijdrit), de Trofeo Baracchi, Grand Prix des Nations (ooit een individuele tijdrit over 140 kilometer), de Grand Prix Eddy Merckx en de Eindhoven Team Time Trial. Om er maar eens een paar te noemen. Die laatste bestond maar drie jaar en verdween met de belofte van de UCI om er een vervanger voor te organiseren. Die vervanger lijkt ook zijn langste tijd alweer te hebben gehad. De geruchten gaan dat het in 2012 teruggekeerde wereldkampioenschap ploegentijdrit per 2020 ook weer zal verdwijnen.

Onder de profs

Dat de tijdrit bij de profs steeds minder in trek is maakt het des te opvallender dat deze in de laag net hieronder juist wel nog altijd zeer in populair is. Denk alleen al aan de opzet van de Topcompetitie in Nederland. Die reeks aan wedstrijden op Nederlandse bodem kende in 2015 en 2016 al de klimtijdrit in Vaals in 2017 kwam daar de tijdrit in Emmen ook bij. Dit was een specifieke wens van de organisatie juist omdat het belangrijk is om alle aspecten van het topwielrennen te kunnen beheersen.

Ook een andere discipline, die sterk tegen de individuele tijdrit aan leunt, is de laatste jaren door enkele regelwijzigingen weer interessanter geworden. Het gaat dan over het werelduurrecord. Deze week werd bekend dat Dion Beukeboom volgend jaar de huidige toptijd van Sir Bradley Wiggins gaat aanvallen. Wiggins was in de periode 2014-2015 de achtste renner in korte tijd die het record aanviel. Onder hen was bijvoorbeeld ook Thomas Dekker. Beukeboom zal in augustus 2018 de twaalfde renner worden die sinds de regelwijzigingen een poging doet.

Achtervolging

De vloek die rust op de tijdrit lijkt ondanks deze ontwikkelingen echter nog lang niet opgeheven. 2017 was immers het jaar waarin bijna uit het niets de achtervolging op de weg veel momentum genereerde. In ploegvorm was de achtervolging een belangrijk onderdeel van de nieuwe Hammer Series. Met de individuele vorm experimenteerde de ASO in de opvolger van de vrouwenwedstrijd La Course. Onder het mom van innovatie is het verre van uitgesloten dat de achtervolging vaker getest zal gaan worden in allerlei wedstrijden op de kalender in de jaren die komen gaan.

Hoewel de achtervolging weliswaar individueel of per ploeg van start gaat is er verder veel verschil in de methode van koersen. Alleen al de keuze van de nummers 2, 3 en 4 in het klassement van La Course om op elkaar te wachten in een poging de nummer 1, Annemiek van Vleuten, te achterhalen zou in een tijdrit onherroepelijk tot uitsluiting leiden. Zoals ook de veredelde pelotonvorming in de Hammer Series niet direct de schoonste zaak van het weekend was. 

Dat neemt niet weg dat het niet onlogisch is om te beredeneren dat een achtervolging in het ronderennen misschien wel beter op zijn plaats is dan de tijdrit. Het achtervolgen heeft net iets meer de man-tegen-man of ploeg-tegen-ploeg strijd in zich. De tijdrit is toch meer te vergelijken met een bokser die tegen de speedbag staat te slaan. 

Commercie versus sportmanschap

Die laatste observatie benoemt dan ook het grootste pijnpunt. Vraag het een echte wielerliefhebber en hij zal erkennen dat weinig zaken mooier zijn dan eenzaam en alleen sterven op de fiets. Zet echter de televisie aan en de gevechten zijn, mede door de bijgeleverde stroom aan live GPS-gegevens, eigenlijk zelden echt interessant voor de kijker. Dat de Nederlandse fan nu Tom Dumoulin heeft om toe te juichen doet daar niets aan af. Sinds Erik Breukink afhaakte als ronderenner gaf men jarenlang af op de discipline. Grote rondes leveren nu eenmaal zelden tijdritconfrontaties tussen specialisten op. Altijd zullen er Nairo Quintana’s of Esteban Chaves’en in de weg staan.

Dat neemt echter niet weg dat een bepaald type sportman door de huidige tendens meer en meer als een bedreigde diersoort gezien kan worden. In dat kader is er niet veel verschil tussen bijvoorbeeld de sprinter en de tijdrijder. Voor het kijkspektakel zijn immers meer puncheursfinishes, waaierritten over deltawerken of door uitgestrekte landbouwvelden of harde wedstrijden over kasseien of gravelpaden vele malen interessanter dan gesloten koersen van start tot finish. Voor de pure tijdrijder valt in zulke wedstrijden echter zelden eer te behalen.

In dat kader is het misschien geen gekke gedachte om de tijdrit meer en meer als een afzonderlijke discipline te gaan zien. Niet als onderdeel van het wegrennen, maar naast het wegrennen, het baanrennen, de cyclocross, de mountainbike, de BMX en zelfs de fixed gear criteriums. Misschien moet er wel een afzonderlijk wereldbekerklassement komen. Met daarin de Chrono des Nations, de Chrono Champenois, de wedstrijd die nu nog onder de wereldkampioenschappen valt en één of meerdere nieuwe of in ere herstelde wedstrijden. 

Nog geen reacties.

Laat een reactie achter.

Geef een reactie