Aanstaande zondag beginnen de veldrijders zoals van ouds aan de reeks wedstrijden die er toe doen. In drie klassementen wordt er gestreden, te weten om de wereldbeker, om de Superprestige-troffee en om de Gazet van Antwerpen-troffee. Wereldkampioen Niels Albert heeft de start van zijn seizoen niet gemist getuige zijn drie zeges in Erpe-Mere, Neerpelt en Eernegem. Sven Nys kende een moeilijkere start, maar zal er staan als het zondag om de knikkers gaat. Hoe begon dat populaire ploeteren door de modder eigenlijk?

Ook de Zwitsers zijn vertegenwoordigd (foto: © Laurens Alblas)

Ook de Zwitsers zijn vertegenwoordigd (foto: © Laurens Alblas)


Er bestaan verschillende verhalen over het ontstaan van het veldrijden. Zo zou aan het eind van de 19e eeuw een groep Europese wielrenners wedstrijden georganiseerd hebben, waarbij het de bedoeling was een afstand tussen twee steden af te leggen en het geoorloofd was je toevlucht te nemen tot de velden en de bossen. Dit was echter intensiever dan het rijden op de weg, omdat obstakels en modder overwonnen moesten worden.

Een andere grondslag was de fiets in het militaire wezen. De fiets was aan het eind van de 19e eeuw een mobieler vervoersmiddel dan een paard, bovendien kan een paard het minder lang volhouden in velden en bossen dan een mens. Dat werd in militaire kringen ook opgemerkt. Zo kreeg een regiment carabiniers in Waver in 1890 een wielersectie toebedeeld waar jaarlijks 25 wielrenners hun opleiding kregen.

De grondlegger van het veldrijden was de Fransman Daniel Gousseau. Gousseau was in die tijd in dienst van het Franse leger in het korps wielrijders van generaal Bonal. Hij stond zijn generaal regelmatig bij op de fiets als deze per paard er op uit trok in de bossen. Hij was zo opgetogen over dit rijden tussen de bomen en over de velden dat hij zijn collega’s enthousiast maakte dit iedere vrijdag met hem mee te doen. Al gauw mondde dit uit in wedstrijden. Gousseau liet het echter niet bij deze onofficiële wedstrijden, in zijn functie als bestuurslid binnen de Franse wielerbond overtuigde hij zijn medebestuursleden er van deze vorm van wielercompetitie ernstig te nemen. Op 16 maart 1902 organiseert de Franse wielerbond onder leiding van Gousseau het eerste nationaal kampioenschap veldrijden in een woud rond Kremlin-Bicêtre, een buitenwijk van Parijs. Winnaar was ene Ferdinand de Baeder die de wedstrijd aflegde in 1u02’34”. Een cyclo-cross heette in die tijd nog een ‘cross-country-cyclo-pédestre’, wat afgeleid was van het atletiekonderdeel cross-country. De koers ging immers over bossen en velden en werd afgelegd te voet en per fiets, vandaar de toevoeging ‘cyclo-pédestre’.

Veldrijden is een spektakel (foto: © Laurens Alblas)

Veldrijden is een spektakel (foto: © Laurens Alblas)


In de eerste jaren van de sport, die destijds mede ondersteund werd door Géo Lefèvre, de man die de Ronde van Frankrijk ook uitgedacht had, kende de sport weinig succes. Er kwamen weinig toeschouwers opdagen en ook de media besteedde er amper aandacht aan. De grote doorbraak kwam pas toen beroemde Franse renners als Eugène Christophe en Octave Lapize mee begonnen te rijden door de modder. Het eerste WK werd georganiseerd in 1950 in, net als het eerste Franse kampioenschap, Parijs. In de loop der jaren is de populariteit alleen maar toegenomen, het is inmiddels uitgegroeid tot één van de meestgeliefde wintersporten die ieder jaar weer door duizenden mensen gevolgd wordt.

  • miriam

    6 juli 2010 #1 Author

    Ferdinand de Baeder was my father’s uncle
    how I can have more information about him?
    thank you
    Miriam Baeder

  • Konrad Manning

    10 februari 2011 #2 Author

    Hi Miriam,
    Did you receive anymore information regarding your great-uncle Ferdinand?
    Regards,
    Konrad Manning
    London